Hans Ulrich

Ik ben geboren in 1939 in Hengelo en heb een bijzondere jeugd gehad. Mijn vader was een Oostenrijker, mijn moeder kwam uit Twente. In 1938 waren Duitsland en Oostenrijk één land geworden en mijn vader was dus vanaf 1938 geen Oostenrijker meer, maar een Duitser. Hij kon toen wel de Nederlandse nationaliteit aanvragen, maar ach, net zoals verreweg de meeste Nederlanders dacht hij dat Duitsland nooit ons land zou aanvallen. Dat was immers ook niet gebeurd in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).

Maar het liep anders. De Duitse legers vielen in 1940 wel Nederland binnen en veroverden het in vijf dagen. Mijn vader moest van de Duitser niets hebben en hij ging dan ook in het verzet. Dat was al gevaarlijk, maar helemaal gevaarlijk werd het toen hij in 1942 opgeroepen werd voor het Duitse leger. Met de Duitsers meevechten? Dat nooit! Hij vertrok onmiddellijk op de fiets en kwam terecht in Aalten, in Gelderland, waar hij een groot deel van de oorlog ondergedoken is geweest. Zijn leven stond toen op het spel, want als de Duitsers hem te pakken hadden gekregen, zou hij doodgeschoten worden als deserteur.

Mijn moeder moest zich dus drie jaar lang in haar eentje redden en dat heeft ze fantastisch gedaan. Wij woonden in de Jacobastraat, een heel eenvoudige straat. Ik was het enige jongetje in de hele straat zonder vader. Maar op de een of andere manier vond ik dat niet erg. Ik speelde de hele dag op straat met mijn vriendjes en bovendien ging mijn moeder met mij achterop de fiets soms naar Aalten. Daar, op een boerderij, was een heel aardige man, die ik ome Jan noemde. Hij zette me op het paard, hij liet mij eieren zoeken en ik mocht helpen met het melken van de koeien.

In het begin van 1945, het laatste jaar van die vreselijke Tweede Wereldoorlog, waren mijn vader en moeder weer samen. We woonden toen met tientallen mensen op een boerderij in het Twentse Goor. Daar heb ik gezien hoe een varken werd geslacht, opengesneden en daarna aan een ladder werd opgehangen. ’s Nachts moesten wij vaak schuilen in de kelder, omdat er gevochten werd tussen de Duitsers en de Canadezen. Daar op die boerderij heeft Ome Jan me verteld dat hij mijn vader was. Ik was zo blij dat ik een vader had dat ik in tranen uitbarstte.

Op 9 april, zijn verjaardag, is mijn vader in het bevrijde Hengelo teruggekeerd. Iedereen in de straat keek daarvan op, want niemand wist waar hij was of dat hij nog in leven was. Mijn moeder had haar grote geheim nooit verteld. Tegen de Duitsers die haar regelmatig ondervroegen zei ze altijd dat mijn vader haar gewoon in de steek had gelaten. Enkele keren zijn Duitse politieagenten ons huis binnen gevallen om te kijken of mijn vader zich daar verscholen had. Mijn vader kreeg na de oorlog meteen de Nederlandse nationaliteit wegens zijn dappere gedrag.

Daarna had ik een heerlijke jeugd. In 1946 werd mijn zusje geboren en we trokken later vaak samen op. En natuurlijk speelde ik veel op straat, dat kon toen nog, want in de hele Jacobastraat had niemand een auto. Wat we in die tijd ook vaak deden was paddenstoelen zoeken. Voor Oostenrijkers is paddenstoelen zoeken net zoiets als bramen zoeken voor ons. Vooral als mijn grootouders uit Wenen over waren gekomen, gingen wij de bossen van Twickel in. Nog steeds zoek ik elk jaar eetbare paddenstoelen zoals eekhoorntjesbrood en kastanjeboleten.

Ik kon goed leren op de basisschool en mocht daarna naar het gymnasium. Dat was me wat: iemand uit een arbeidersbuurt naar het deftige gymnasium! Maar ik heb daar best wel een fijne tijd gehad. Daarna ben ik geschiedenis en Nederlands gaan studeren aan de Universiteit van Utrecht en ben gaan werken bij het Utrechtsch Nieuwsblad. Daar heb ik geleerd hoe je berichten moet schrijven – op de typemachine natuurlijk, want van een computer had niemand ooit gehoord.

In 1962 ben ik getrouwd en heb vier zonen gekregen. In 1967 kon ik een baan krijgen als leraar geschiedenis en Nederlands aan het gymnasium in Middelburg. In 1970 zijn we naar Leiden getrokken waar ik 30 jaar geschiedenis heb gegeven aan het Stedelijk Gymnasium. Lesgeven vond en vind ik het leukste wat er is. In die dertig jaar heb ik meegewerkt aan tal van geschiedenis schoolboeken waarvan er een heleboel, drie miljoen, zijn verkocht. Er is wel eens uitgerekend dat zes miljoen kinderen les hebben gehad uit die boeken. Dat waren niet alleen leerlingen van het voortgezet onderwijs, maar ook leerlingen van de basisschool. De methode Bij de tijd bijvoorbeeld wordt nog veel gebruikt. Misschien hoor jij ook wel tot die zes miljoen!

Ook ben ik 17 jaar de hoofdredacteur geweest van het tijdschrift Reflector dat bestemd was voor leerlingen in de hogere klassen van het voortgezet onderwijs. We richtten ons vooral op actuele onderwerpen uit de geschiedenis, de politiek, de aardrijkskunde, de kunst en de economie. Het was een heerlijke tijd bij Reflector. In 2000 ben ik gestopt met lesgeven, maar ik werkte toen nog bij de krant NRC Handelsblad. Dat heb ik tot 2002 gedaan. Toen ben ik met pensioen gegaan.

Sindsdien ben ik schrijver van ‘gewone’ boeken, over geschiedenis, maar ook over gezondheid en ouder worden. En natuurlijk schrijf ik ook jeugdboeken. Mijn eerste jeugdboek kwam uit in 2004 en heette Paolo, Leonardo da Vinci’s leerling. Daarna schreef ik samen met een oud-leerling, Erik van der Walle, De geschiedenis van Nederland en in 2007 verscheen De nieuwe wereld van William Tinker.

Mijn hobby’s zijn: vogels kijken, boeken lezen, naar klassieke muziek luisteren, fietsen in de natuur en Ajax, ik ga naar alle thuiswedstrijden.

Verschenen van deze auteur

Paolo
101 pagina's
Prijs: €2.99
More >>

De nieuwe wereld van William Tinker
0 pagina's
Prijs: €2.99
More >>

Paolo
0 pagina's
Prijs: €12.99
More >>